Wat is een goede kvv?

Om het kvv overzicht goed te kunnen gebruiken, is het handig om te weten waar je op kunt letten bij het kiezen van een kvv. Eerst in het kort de belangrijkste richtlijnen.

1. Wissel sowieso diersoorten af, ook als het merk zegt compleet te zijn met een premix.
2. Kies voor bot als calciumbron, zeker bij een pup.
3. Vermijd tarwe en suiker.
4. Een klein beetje rijst schijnt niet zo erg, of juist goed, te zijn.
5. Groenten zijn prima voor honden, maximaal 15%. Katten hebben hier minder behoefte aan.
6. Een goede kvv bevat minimaal 45% spiervlees, tussen 15% en 25% bot, maximaal 25% orgaan.
7. Biologisch vlees heeft bij mij altijd de voorkeur, omdat dat volgens mij van betere kwaliteit is, minder antibiotica bevat (en andere nadelige stoffen) en om het dierenwelzijn.
8. De kwaliteit van het spiervlees is erg belangrijk, maar helaas niet te herkennen in een kvv.

Lees ook welke kvv-merken ik goed vind:

De beste kvv

1. Compleet door

Compleet door een premix
Een premix is een mix van vitamines en mineralen. Een nadeel van een premix is dat het synthetische toevoegingen zijn, terwijl ieder levend wezen veel meer heeft aan natuurlijke bronnen van voedingsstoffen. Bij sommige honden lijken gezondheidsproblemen te ontstaan door de toevoeging van een premix. Het is meestal onduidelijk wat er precies in de premix zit. Zo kan een premix suiker, gistextract en/of menadion bevatten, dit zijn ingredienten die naar mijn mening niet in een diervoer thuishoren. Ook bij merken die compleet zijn door een premix, is het aan te raden om af en toe diersoorten en/of merken af te wisselen. De opname van vitamines is volgens dierenarts Erwin Gijtenbeek beter als deze niet elke dag gevoerd worden, wat dus wel gebeurt als je altijd hetzelfde merk met premix voert.

Compleet door diersoorten af te wisselen
Bij merken die geen premix bevatten, wordt aangeraden om minimaal vier diersoorten te voeren plus vis te voeren. Volgens de richtlijnen van zelf samenstellen voer je dan compleet. Dit is natuurlijk wel afhankelijk van de preciese samenstelling van de mix (verhoudingen, welke organen). Een nadeel is dat je niet weet hoeveel er van de vitamines in zitten, en dat je op de fabrikant moet vertrouwen dat de ingredienten van de juiste kwaliteit is.

Compleet door natuurlijke toevoegingen
Tenslotte zijn er ook merken die compleet zijn door natuurlijke toevoegingen. Deze toevoegingen kunnen bijvoorbeeld olie of plantenextracten zijn. Je zou kunnen zeggen dat dit voor carnivoren misschien geen natuurlijke toevoegingen zijn, maar ze zijn een stuk natuurlijker dan synthetische vitamines en mineralen. Zo wordt bijvoorbeeld soms zonnebloemolie of maiskiemolie toegevoegd voor vitamine E en zalmolie voor de omega 3 vetzuren. Bij de merken die zeggen dat ze compleet zijn door natuurlijke toevoegingen heb ik niet kunnen controleren of dit werkelijk zo is, alleen Bandit geeft de gehele analyse vrij om de compleetheid aan te tonen. Voedingsdeskundige Huub van de Lang raadt aan om af en toe diersoorten af te wisselen, omdat dat beter is voor de alvleesklier (die maakt bepaalde verteringsenzymen aan).

–> Om deze redenen raad ik aan om dus ongeacht de compleetheid toch (in ieder geval af en toe) van diersoort af te wisselen.

2. Calciumbron
Zoals je in het kvv-overzicht kunt zien, kan de calciumbron bot of een calciumsupplement zijn. Het beste is bot als calciumbron, dit is voor een carnivoor een natuurlijke vorm van calcium en het lichaam weet heel goed wat er met het calcium moet gebeuren. Bovendien zitten er in bot meer voedingsstoffen dan alleen calcium. Bij een pup schijnt een teveel aan natuurlijk calcium (uit rauw bot) makkelijker via de ontlasting uitgescheiden te worden, maar een teveel aan calcium uit een calciumsupplement komt in de bloedbaan terecht. Hier bindt het zich aan andere mineralen die daardoor niet meer beschikbaar zijn, het verstoort de hormoonhuishouding die belangrijk is voor normale botgroei en het heeft een negatief effect op de schildklier (ook belangrijk bij botgroei). Hierdoor kan bij grote rassen makkelijker groeipijn ontstaan bij een teveel aan calcium uit een onnatuurlijke bron.

–> kies dus voor een kvv met bot als calciumbron

3. Plantaardige ingredienten
Sommige merken gebruiken plantaardige ingredienten. Welke zijn goed en welke minder?

Groenten en fruit
Veel mixen bevatten groenten. Voor honden is dit geen probleem, maar voor katten zijn groentes minder goed. Groentes zijn van toegevoegde waarde door de vitaminen en mineralen die ze bevatten en als bron van ruwe vezel, wat goed voor de darmen is. Sommige mensen zijn van mening dat een carnivoor helemaal geen groente nodig heeft, omdat ze dit in de natuur ook niet eten. Lees meer over de visies op het wel of niet voeren van groente in dit artikel over groenten.

Granen
Honden en katten hebben geen granen nodig. Het schijnt zelfs slecht te zijn door bepaalde stofjes (antinutrienten) die de darm kunnen irriteren. Daarnaast zijn er aardig wat honden en katten die een allergie ontwikkelen tegen gluten (een soort eiwit in tarwe en sommige andere granen) of tegen alle granen. Toch bevatten veel merken wel granen. Hier worden verschillende redenen voor gegeven:
– uit onderzoek van een fabrikant bleek dat de voeding beter werd verteerd als er een klein beetje rijst inzit
– een andere fabrikant vertelde dat de toevoeging van een klein beetje rijst het vitamine B1-gehalte beter vasthoudt
Je ziet dat het hier enkel om een klein beetje rijst gaat. Om deze redenen zou je kunnen kiezen voor een merk met een klein beetje rijst, maar vermijdt tarwe. Door de gluten die in tarwe zitten en doordat tarwe veel meer van deze slechte stofjes bevat (lectines en saponines), kun je tarwe het beste vermijden.

Plantaardige olie
Volgens de richtlijnen van zelf samenstellen (de meeste visies) is plantaardige olie geen onderdeel van een menu voor een hond of een kat. Sommige fabrikanten voegen zonnenbloemolie of tarwekiemolie toe als vitamine E bron, maar teveel plantaardige olie kan de verhouding tussen de omega 3 en omega 6 vetzuren verstoren. Of deze verhouding nog juist is, kun je alleen weten als de verhouding bekend is. Zo kan er vis toegevoegd worden voor de omega 3 vetzuren en soms wordt ook lijnzaadolie hiervoor gebruikt. Volgens voedingsdeskundige Huub van de Lang heeft lijnzaadolie echter een negatief effect en volgens Lizzy Plat-Coeler van Barfplaats is lijnzaadolie geen goede bron van omega 3 omdat het een inactieve vorm is die de hond/kat niet kan omzetten.

Overig
Verder worden er soms plantenextracten, kruiden, vezels of suiker toegevoegd. Plantenextracten en kruiden kunnen geen kwaad en kunnen zelfs een goede werking hebben, afhankelijk van welk kruid er gebruikt wordt natuurlijk. Suiker is een ongezond ingredient.

–> Kies voor de hond voor 0%-15% groentes
–> vermijd tarwe en kies naar eigen inzicht voor wel of geen rijst
–> vermijd suiker

4. Verhoudingen vlees, bot en orgaan
De verhoudingen zijn belangrijk, omdat spiervlees, bot en organen allemaal een andere bijdrage leveren aan het menu.

Spiervlees
Vlees, ook wel spiervlees genoemd, is eigenlijk de basis. Een prooidier in de natuur bestaat ook uit voornamelijk spiervlees.

Bot
Het percentage bot is voornamelijk belangrijk voor de calcium. Als je te weinig bot geeft, kan de hond een calciumtekort oplopen. Teveel bot is ook een probleem, want het overschot aan calcium zorgt ervoor dat de ontlasting heel erg hard wordt, soms zelf zo hard dat de hond of kat niet meer kan poepen. Naast calcium, bevat bot vele andere mineralen.

Orgaan
Organen zijn ook belangrijk, die bevatten specifieke voedingsstoffen. De essentiele organen zijn hart, lever en nier en voor honden wordt ook aangeraden om pens te voeren. Andere organen mogen ook gevoerd worden, maar die voegen minder toe.

Volgens de richtlijnen van het zelf samenstellen, zijn de volgende verhoudingen het beste:
Spiervlees: minimaal 45%
Bot: 15%- 25% (afhankelijk van de ontlasting kun je kiezen voor meer of minder bot)
Orgaan: 15% – 25% (mits de juiste organen worden gebruikt: hart, lever en nier: 10%-15%, pens: 10%)

Lees ook het artikel over de verschillende visies over de ideale verhoudingen voor de hond
Lees meer over het belang van de verschillende ingredienten.

5. Kwaliteit van het vlees
Hierover vind je weinig terug in het kvv overzicht, omdat hier meestal niets over wordt vermeld door de fabrikant. Toch is het wel belangrijk wat de kwaliteit van het vlees is. Zo zegt Huub van de Lang bijvoorbeeld dat kopvlees verteringsenzymen bevat die verstoringen kunnen geven. Aangezien kopvlees goedkoop is, is het aantrekkelijk voor een fabrikant om dit te gebruiken. Ook belangrijk is de herkomst van het vlees, zeker als je het om de ontgiftende organen (lever, nier) gaat. Het beste zijn biologische organen, omdat hier de minste gifstoffen inzitten. Maar ook spiervlees kan ongewenste stoffen bevatten.

–> biologisch vlees en biologische organen zijn beter dan producten uit de vee-industrie

6. Analyse
De meeste kvv-merken geven een analyse van het vlees. Is die belangrijk? Niet echt, de ingredienten zijn veel belangrijker, maar je kunt er wel dingen aan aflezen.

Eiwit
Rond de 15% – 18% eiwit is normaal. Het eiwitgehalte zegt vrij weinig over de kwaliteit van het vlees, alle dierlijke ingredienten bevatten eiwitten. Als er minder eiwit inzit, kan dat betekenen dat er bijvoorbeeld groente, graan of vet is toegevoegd.

Vet
10% – 15% vet is normaal. Iets minder vet is niet erg, dan zul je wat meer moeten voeren, tenzij je juist wil dat je dier gewicht verliest. Als een kvv veel vet bevat, hoef je er minder van te voeren, en krijgt je hond of kat dus minder eiwitten en andere voedingsstoffen binnen. Hoe snel dit een probleem zou opleveren is niet bekend, en zal per hond verschillen, maar bij een gezonde hond/kat die een normale hoeveelheid eet is de kans waarschijnlijk klein dat er tekorten ontstaan. Toch zou ik niet kiezen voor een kvv met een vetgehalte dat hoger is dan 20%, om het risico op tekorten te verkleinen.

Koolhydraten
Dit wordt meestal niet genoemd in de analyse, omdat dit geen essentiele voedingsstof is voor honden en katten. Als er veel koolhydraten in het voer zitten, kan dit leiden tot problemen, zeker bij katten. Daarnaast verteren koolhydraten anders dan eiwitten (andere zuurgraad van het maagzuur en andere enzymen) en is het ook om die reden beter om niet teveel koolhydraten te voeren. Koolhydraten zitten vooral in granen en een klein beetje in groentes. De voedingsdeskundige Huub van de Lang adviseerd om de hond een maaltijd te voeren met maximaal 2% koolhydraten en om bij de kat 0.5% koolhydraten als maximum aan te houden.

Vocht
Het vochtpercentage in kvv is vergeleken met brokken erg hoog, omdat in vlees veel vocht zit. Het is dus geen toegevoegd water, wat in blikvoer vaak wel zo is. Een vochtpercentage van 65% – 70% is normaal.

Fosfor en calcium
Calcium en fosfor zijn heel belangrijk voor de botten. Aangeraden wordt om te kiezen voor een voeding die minimaal net zoveel calcium bevat als fosfor. Wanneer langdurig te weinig calcium wordt gegeven, kan dit leiden tot het All Meat Syndrome (calciumtekort). Een overschot aan calcium kan leiden tot (te) harde ontlasting en bij pups ook tot groeipijn.Als je weet dat je hond of kat hier gevoelig voor is, kun je erop letten dat je niet teveel calcium voert. 0.5% – 0.6% calcium is normaal, en genoeg.

Lees meer over het juiste calciumgrhalte in het artikel Calcium in kvv: hoeveel moet er in zitten?

–> kies voor maximaal 2% koolhydraten voor een hond en 0.5% koolhydraten voor de kat
–> voer minimaal net zoveel calcium als fosfor

————————————————————————————————

Bronnen
Artikel ziekteconcept en voeding, Huub van de Lang
Omega 3, 6 en 9 vetzuren door Lizzy Plat-Coelers op www.barfplaats.nl, 2009
Het principe van de gedissocieerde voeding voor uw hond, Huub van de Lang, 2011
Grow your pup with bones, Ian Billinghurst
Het eeuwige calcium vraagstuk, door Ian Billinghurst, door Lizzy Plat-Coelers op www. barfplaats.nl, 2008
Nieuwsbrief Carnivoer februari 2011