Vleesbotten

Wat zijn vleesbotten?

Vleesbotten zijn bot met vlees eromheen. Bijvoorbeeld: kipkarkas, eendennek, haaskarkas, lamsribben en parelhoenvleugels. Ook runderpoten en schenkel vallen onder vleesbotten, maar die zijn niet geschikt om te geven, omdat ze veel te hard zijn. Vleesbot moet niet verward worden met kraakbeen, wat niet de juiste hoeveelheid calcium bevat om van nut te zijn in het menu. Runderstrotten bevatten bijvoorbeeld geen bot, maar kraakbeen en mag je dus niet rekenen als vleesbot.

eendennekken

Waarom vleesbotten voeren?

Bot is voornamelijk belangrijk voor het calciumgehalte, maar bot bevat ook andere mineralen, essentiele aminozuren, essentiele vetzuren en vitamine A, D en E.

Welke vleesbotten voeren?

Niet alle vleesbotten zijn geschikt om te voeren. Het verschilt ook per eter (hond, kat of fret) welke vleesbotten geschikt zijn.Beginnende en kleine barfers kun je beter niet te harde vleesbotten geven. Geschikt zijn bijvoorbeeld karkas en nekken van gevogelte en konijn. In de vleesbottenlijst voor honden, katten en fretten kun je zien welke vleesbotten geschikt zijn voor jouw dier.

 

kippenpoten

 

Hoeveel vleesbotten?

– Hond
De adviezen over de hoeveelheid vleesbotten loopt erg uiteen, van ongeveer 20% vleesbot tot 60% vleesbot (advies van Ian Billinghurst, die BARF bedacht heeft). Om mee te beginnen zou je 30%-40% vleesbot kunnen voeren en dit aanpassen naar behoefte. Als de ontlasting wat te slap is kun je wat meer vleesbot voeren en als de ontlasting wat te hard is kies je voor minder vleesbot.
– Katten en fretten
zou ik minimaal 20% vleesbot voeren, deze hoeveelheid baseer ik op het percentage botten in de natuurlijke prooidieren. Ook bij katten en fretten kun je de hoeveelheid vleesbot aanpassen aan de behoefte, bij harde ontlasting minder vleesbot en bij zachte ontlasting wat meer.

 

 

Tips bij het voeren van vleesbotten

Het voeren van vleesbotten geeft een klein risico op ongelukjes. Wil je het risico zo klein mogelijk houden, let dan op de volgende regels:
– Geef niet teveel bot in een maaltijd, want  dan kan de ontlasting te hard worden en dat kan leiden tot verstopping. Het verschilt per dier hoeveel bot hij kan hebben.
– Knip vleugels in, omdat het knikje voor problemen kan zorgen
– Geef nooit verhitte botten, deze splinteren.
– Geef geen vleesbotten van varken, omdat varkensvlees de dodelijke ziekte Aujezky kan bevatten.
– Bij twijfel of het vleesbot te hard is, kun je er met een snoeischaar in knippen. Krijg je het bot makkelijk door, dan is het geschikt om te voeren.
– Blijf er altijd bij als je dier vleesbot eet. Als je dier zich verslikt, voer dan de Heimlich-methode uit.
– Voer liever biologische kipproducten dan kipproducten uit de vee-industrie. De kip uit de vee-industrie wordt op hele jonge leeftijd geslacht en het vlees bevat dan veel van nature aanwezige groeihormonen. Volgens Tannetje Koning kan dit vooral bij fokteven een verstoring van de cyclus geven.