Zo kies je goede puppybrokken

Datum: 5 oktober, 2019
Laatst bijgewerkt: 5 oktober, 2019

Puppybrokken
Samenvatting

Een goede puppybrok voldoet aan de volgende criteria

  • Het belangrijkste: maximaal 1,4% calcium voor pups van (middel)grote rassen en maximaal 1,6% voor kleine rassen
  • Rond de 29% eiwit, exclusief geïsoleerd plantaardig eiwit. Meer mag, maar niet alle honden kunnen dat goed verteren.
  • Minimaal 0,2% DHA, een omega 3-vetzuur dat bijvoorbeeld in visolie zit (of voeg zelf een goede omega 3-bron toe)
  • Liever zinkchelaat dan zinksulfaat of zinkoxide
  • Naast mijn criteria voor algemene hondenbrokken

Tips

  • Probeer, observeer en leer
  • Wil je weten welke puppybrokken ik het beste vind? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte.

Waar moet je op letten bij het kiezen van een brok voor je pup?
Het belangrijkste is om te letten op het calciumgehalte, zeker voor wat grotere honden. Je zou denken dat een brok speciaal voor pups, voldoet aan de richtlijnen voor pups, maar dit is qua calcium helaas niet altijd zo. Ik kom regelmatig tegen dat een puppybrok teveel calcium bevat. Dit kan vooral voor pups van grotere rassen skeletproblemen veroorzaken.

Verder is ook de kwaliteit en de hoeveelheid eiwit belangrijk, en kun je letten op een paar toevoegingen en voedingsstoffen die voor pups belangrijker zijn dan voor volwassen honden. Natuurlijk zijn er meer dingen belangrijk, maar deze zijn of niet te achterhalen door de ingrediënten en analyse te bekijken, of over het algemeen in orde bij puppybrokken.

Calcium voor pups

De meeste puppybrokken voldoen aan alle richtlijnen die zijn opgesteld voor puppybrokken, alleen gaat het soms mis met het calciumgehalte. Pups kunnen een teveel aan calcium niet zelf het lichaam uitwerken, volwassen honden kunnen dit wel. Daarom is het belangrijk zelf goed op te letten dat er niet teveel calcium in de brok zit. Vooral voor middelgrote en grote rassen is dit belangrijk, omdat een te hoog calciumgehalte voor groeipijn en andere skeletproblemen kunnen zorgen.

Hoeveel calcium mag er in zitten?
Ik raad aan om te kiezen voor een brok met maximaal

1,6% calcium voor kleine rassen*
1,4% calcium voor (middel)grote rassen*
1,2% calcium voor pups van rassen met een extra groot risico op groeipijn
1% calcium voor pups die al last van groeipijn hebben

*gebaseerd op de Fediaf-richtlijnen en rekening houdend met een variërend calorie-gehalte en dat het calciumgehalte op de zak een minimumgehalte is

Wil je meer weten over de hoeveelheid calcium in brokken voor pups van middelgrote en grote rassen? En zien hoeveel calcium er in populaire puppybrokken zitten? Lees dan het artikel Calcium in puppybrokken voor grote en middelgrote rassen

Balans tussen calcium en fosfor
Ook de balans tussen calcium en fosfor is belangrijk. Er mag niet meer dan 1,6x zoveel calcium als fosfor in zitten, maar nog beter is om maximaal 1,3x zoveel calcium als fosfor aan te houden. En er mag nooit meer fosfor dan calcium in de voeding zitten. Gelukkig bevatten brokken met een correcte hoeveelheid calcium, meestal ook een correcte balans tussen calcium en fosfor.

Eiwit

Vergeleken met volwassen honden, hebben pups meer eiwit nodig. Alle lichaamscellen bevatten eiwit, en voor heel veel lichaamsfuncties is eiwit onmisbaar. Bij pups is alles nog in ontwikkeling, en heeft het lichaam meer eiwit nodig dan alleen voor het behoud van een gezond lichaam.

Het is vooral belangrijk dat de voeding genoeg eiwit van goede kwaliteit bevat. Een hoger eiwitgehalte is niet beter, als het eiwit van slechte kwaliteit is. In basis is dierlijk eiwit van betere kwaliteit dan plantaardig eiwit. Er moet dus genoeg dierlijk eiwit inzitten. Dat betekent dat een brok met 28% eiwit, beter geen plantaardig toegevoegd eiwit kan bevatten. Bij een brok met bijvoorbeeld 35% eiwit is het niet erg als er een beetje plantaardig eiwit aan toegevoegd is, omdat er genoeg dierlijk eiwit overblijft.

De belangrijkste richtlijnen qua eiwit in het kort

  • Minimaal 28% eiwit
  • Geen toegevoegd plantaardig eiwit, tenzij een klein beetje op een hoger eiwitgehalte (zoals meer dan 32%)
  • Plantaardig eiwitten zijn bijvoorbeeld: maisgluten, aardappeleiwit/aardappelproteine, soja, rijsteiwit/rijstproteine en erwteneiwit/erwtenproteine

Is het erg als er minder eiwit in zit? De Fediaf geeft voor pups die ouder zijn dan 14 weken een aanbeveling van minimaal 22% eiwit. Maar dat is wat anders dan een optimale hoeveelheid. In andere woorden: van een brok met 23% eiwit zal een pup (ouder dan 14 weken) niet direct tekorten oplopen, maar een brok met 28% eiwit zal waarschijnlijk voor een betere gezondheid en ontwikkeling zorgen.

Toevoegingen

Genoeg DHA
DHA is een onmisbare voedingsstof voor een normale ontwikkeling van het zenuwstelsel (o.a. hersenen) en het netvlies (ogen). DHA is de afkorting van docosahexaeenzuur en hoort bij de omega 3-vetzuren. Honden kunnen de omega 3-vetzuren die in lijnzaad (ALA) zitten beperkt omzetten naar onder andere DHA, maar omdat dit zo beperkt is, is lijnzaad geen goede omega 3-bron en niet geschikt als DHA-leverancier voor pups. Visolie, krillolie en sommige algen bevatten wel DHA. Helaas is niet altijd duidelijk of er genoeg van deze ingrediënten in zit om voor genoeg DHA te zorgen. Het beste kijk je hoeveel DHA er in zit, een goed merk zet dit op de verpakking (of op de website). Ik zou minimaal 0,2% DHA aanhouden. Bij te weinig DHA of bij twijfel, kun je zelf visolie of krillolie toevoegen.

Zinkchelaat
Aan alle brokken worden mineralen toegevoegd, om zeker te zijn dat er geen tekorten ontstaan. Mineralen kunnen niet in pure vorm worden toegevoegd, maar zijn altijd gebonden aan iets anders. Pure koper is bijvoorbeeld giftig, maar gebonden aan bepaalde stoffen, is het nuttig voor het lichaam. Mineralen gebonden aan een organische stof heten gecheleerde mineralen, en deze zijn beter opneembaar dan mineralen gebonden aan sulfaten of oxides. Hoe sneller de pup groeit, hoe meer baat deze blijkt te hebben bij organisch gebonden zink. Organisch gebonden zink heet zinkchelaat, en sommige merken noemen het organisch zink. Dit is beter dan zinksulfaat en zinkoxide, vooral voor pups. Ook voor andere mineralen geldt dat een chelaat beter opneembaar is dan een sulfaat- of oxide-verbinding.

Chondroitine en glucosamine
Voor pups van grote rassen kunnen gewrichtsondersteunende supplementen nuttig zijn om de ernst van eventuele elleboog- of heupdysplasie te verkleinen. Onderzoek op labradorpups liet zien dat een brok met vis, aangevuld met glucosamine, chondroitine, boswellia, duivelsklauw en groenlipmossel, minder ernstige elleboog- of heupdysplasie kregen dan de labradorpups die deze supplementen niet kregen. Sommige puppybrokken bevatten glucosamine en chondroitine, maar vaak in lagere hoeveelheden dan waarschijnlijk nodig is voor goed effect. Zelf toevoegen is daardoor meestal effectiever.

Uitproberen en observeren

Elke pup is anders, en het is lastig te voorspellen welke brok het beste past bij jouw pup. Probeer dus uit, kijk goed naar de gezondheid (bijvoorbeeld vacht, huid, energie, ontlasting) van je pup en probeer andere voeding als dat nodig lijkt te zijn.

Geef een reactie