Wat is een goed botpercentage in kvv?

Dit artikel is onderdeel van een artikelenreeks Calcium in kvv – de verdieping.

Waarom het botpercentage geen garantie is

Vaak kijken kvv-voerders naar het botgehalte van de voeding en niet naar het calciumgehalte. Maar het botpercentage zegt eigenlijk niet zoveel. We kunnen aan het botgehalte wel zien wanneer het zeker weten niet geschikt is: als het botgehalte 0% is en er geen calciumsupplement in zit. Maar een botpercentage van bijvoorbeeld 15% kan voor heel verschillende calciumwaardes zorgen. Hoe kan dat?

Variatie in calciumgehalte van bot 

Het calciumgehalte van bot is voornamelijk afhankelijk van:

  • hoe oud het dier was (hoe ouder hoe meer calcium)
  • welk bot er gebruikt wordt (hoe sterker/dikker bot hoe meer calcium)
  • of het bot is of kraakbeen. Veel kvv-fabrikanten scharen kraakbeen ook onder het botpercentage en in kraakbeen zit veel minder calcium.

Zo kan een kvv met 6% lamsbot evenveel calcium bevatten als een kvv met 18% kippenbot, omdat lam op een oudere leeftijd wordt geslacht dan kippen en lam stevigere botten heeft. En deze kvv met 6% kaal lamsbot, bevat twee keer zoveel calcium als een kvv met 60% bevleesd paardenstrot, omdat paardenstrot geen bot bevat maar kraakbeen.

Botpercentage vaak niet betrouwbaar
Stel dat bot wel altijd hetzelfde percentage calcium bevat, dan hebben we het volgende probleem: het botpercentage dat genoemd wordt door een fabrikant klopt volgens mij vaak niet.

Ik denk dat er bijna nooit een exacte hoeveelheid bot genoemd kan worden, omdat

  • Bot bijna altijd in de vorm van vleesbotten toegevoegd wordt. Dit zijn botten met vlees eraan, en de verhouding vlees/bot kan variëren.
  • Waarschijnlijk niet alle fabrikanten goed in kunnen schatten hoeveel bot en hoeveel vlees het door hen gebruikte vleesbot bevat. Er zijn weinig fabrikanten die echt het bot en het vlees scheiden en wegen om de exacte verhoudingen te achterhalen.

Voorbeeld: mixen met 15% bot
De volgende mixen zouden volgens de makers ervan allemaal 15% bot bevatten. Zie hoe verschillend de calciumgehaltes kunnen zijn.

Alaska Eend: 1,06% calcium
Alaska Lam: 1,36% calcium
Alaska Rund: 0,32% calcium
Alaska Paard: 0,3% calcium
Haaksbarf Paard: 1,3% calcium
Haaksbarf Rund: 0,35% calcium
Kivo Konijn: 2,4% calcium
Kivo Paard: 2,5% calcium
Kivo Eend: 1,1% calcium
Kivo Rund: 0,1% calcium (en 0,2% fosfor)

Een paar mixen waar volgens de makers 20% of 25% bot zit en juist weer weinig calcium bevat:
Naturis paard: 0,3% calcium
Naturis Eend: 0,5% calcium
Daily Meat Kalkoenmix: 0,52% calcium

Over het algemeen zien we dat

  • Mixen met 15%-20% kippenbot een normale hoeveelheid calcium bevatten
  • Mixen met botten van grotere dieren (rund, paard, geit en ook lam) erg weinig of erg veel calcium bevatten.
    • Erg weinig: dan gebruiken ze kraakbeen (vaak strot) als calciumbron en kraakbeen bevat veel minder calcium.
    • Erg veel: dan gebruiken ze echt bot, en botten van grotere dieren bevatten heel veel calcium.
  • Mixen van wild (duif, haas, wilde eend, gans) veel calcium bevatten, deze dieren zijn ouder dan dieren uit de intensieve veehouderij.
  • Het per fabrikant erg kan verschillen hoeveel calcium er in een mix zit bij een bepaald botgehalte, dit zal met het inschattingsvermogen en de eerlijkheid van de fabrikant te maken hebben.

Hoe zit dat dan als je zelf samenstelt?
Dan ben je niet afhankelijk van wat een fabrikant zegt over een mix waarin niet te zien is hoeveel bot erin zit. Als je zelf samenstelt, kun je zien en kiezen wat je voert en de hoeveelheid aanpassen als dat nodig is. Je bent dan alleen afhankelijk van je eigen inschattingsvermogen.

Conclusie
Als je wilt weten of er genoeg calcium inzit, of in sommige gevallen of er niet teveel calcium inzit omdat je hond/kat snel harde ontlasting krijgt of omdat je een pup hebt, kijk dan naar het calciumgehalte. Niet naar het botgehalte.