Calcium in kvv – De verdieping

Dit is het vervolg op het artikel Calcium in kvv: hoeveel moet er in zitten? 

In de volgende artikelen geef ik verdiepende informatie over het interpreteren van de hoeveelheid calcium en bot in kvv. Ik vertel waarom de analyse niet altijd betrouwbaar lijkt te zijn en waarom we niet voor een bepaald botgehalte moeten kiezen. Maar eerst vertel ik over fosfor. Fosfor is samen met calcium een belangrijk mineraal uit bot, waar honden en voornamelijk pups veel van nodig hebben.

Klik door:
Hoeveel fosfor moet er in kvv zitten?
Klopt de analyse wel?
Wat zegt het botgehalte?
Waar zijn de richtlijnen op gebaseerd?

Conclusie
De conclusie die we uit deze verdiepende informatie kunnen trekken is

  • Kijk altijd naar het fosfor- en calciumgehalte van een kvv, past deze bij jouw hond/kat?
  • Verander van merk als je pup groeipijn krijgt, ook als de analyse van zijn voeding een passend calciumgehalte aangeeft
  • Alleen uitgaan van een botgehalte heeft geen zin
Aanbevolen %calcium Minimaal
%fosfor
Maximale verhouding calcium/fosfor
Volwassen honden Min: 0,3%
Max: 1,2%
0,2% 2/1
Pups tot 14 weken en dragende teven Min: 0,5%
Max: 0,7%
0,5% 1.6/1
Pups vanaf 14 weken 0,5% 0,5%
Klein ras: 0,4%
1.6/1
Volwassen katten 0,3% 0,25% 2/1
Kittens en dragende katten 0,5% 0,5% 1.5/1

De percentages zijn afgerond en gebaseerd op een voedingen met 1900 kcal/kg (kvv’s met ongeveer 14,5% vet)