Maagtorsie bij de hond – hoe kun je het voorkomen?

Datum: 12 juni, 2019
Laatst bijgewerkt: 12 juni, 2019

Samenvatting

Hoe voorkom je een maagtorsie?
Een maagtorsie kun je niet voorkomen door voedingsaanpassingen maar je kunt het risico verkleinen door

  • brokken aan te vullen met eieren, vis, groentes en/of natvoer. Het liefst ook met stukken groter dan  30 mm.
  • de voerbak niet in een verhoogde standaard te zetten
  • de brokken niet te weken
  • niet af te wisselen tussen verschillende brokken, maar wel tussen verschillende soorten voer
  • de hond lekker te laten spelen na het eten als hij/zij dat wil
  • stress te vermijden als dat kan

Een maagtorsie is een gevaarlijke aandoening, waarbij een hond zelfs kan overlijden. Gelukkig krijgen de meeste honden hier niet mee te maken, maar sommige honden hebben een vergroot risico op het krijgen van een maagtorsie. In dit artikel leg ik uit wat je volgens de wetenschappelijke onderzoeken het beste kan doen om een maagtorsie te voorkomen. Maar eerst wat achtergrondinformatie.

Wat is een maagtorsie?

Bij een maagtorsie is er een ophoping van gas in de maag, en gaat de maag draaien. Door deze draaiing raakt de maag afgesloten, waardoor boeren niet meer mogelijk is en de voeding niet meer naar de darm kan komen. Ook raakt de bloedsomloop bekneld. Dit heeft allerlei ernstige gevolgen voor het lichaam. Waardoor een maagtorsie precies ontstaat is onbekend, maar er zijn wel risicofactoren ontdekt.

Welke honden hebben een verhoogd risico op een maagtorsie?

De volgende eigenschappen lijken een verhoogd risico te geven, waarbij de bovenste drie de grootste impact lijken te hebben.

  • Het hebben van een diepe borstkas (Formaginni, 2016)
  • Angstig zijn bij vreemde mensen of in nieuwe omgevingen. “risk of GDV was increased by 257% in fearful versus nonfearful dogs.” Vrolijke makkelijke honden hadden een verlaagde kans (Glickman, 2000, incidence)
  • Genetische aanleg, het hebben van 1e graads familieleden die een maagtorsie hebben gehad blijkt een grote risicofactor. Glickman (2000, non-dietary) schrijft dat er ongeveer 60% minder maagtorsies zouden plaatsvinden als er niet wordt gefokt met honden waarvan een eerstegraads familielid een maagtorsie kreeg
  • van het mannelijke geslacht zijn (Glickman, 1996) of een intacte teef zijn (Pipan, 2012)
  • chronische aandoening hebben, zoals IBS of IBD, of eerder medische problemen gehad hebben (Glickman, 2000, non-dietary) (Braun, 1996) (Purina Pro Club, 2017)
  • Een hogere leeftijd hebben (Glickman, 2000, non-dietary)(Theyse, 1998)(Pipan, 2012)

Vooral Duitse Doggen hebben een groot risico op het krijgen van een maagtorsie. De kans op het krijgen van een maagtorsie voor Duitse Doggen is berekend op 42%, terwijl dit voor andere grote rassen 22%-24% is. Voor kleine rassen is het risico op een maagtorsie heel erg klein.

Duitse dog met diepe borstkas
Het shilouette van een Duitse dog – je ziet de diepe borstkas

Het risico op een maagtorsie verkleinen

Je kunt mogelijk het risico op een maagtorsie verkleinen door de volgende maatregelen

De brokken aanvullen
De brokken aanvullen met het liefst eieren en vis, verkleint waarschijnlijk het risico. (Pipan, 2012) Ook aanvullen met tafelresten en/of natvoer verkleint mogelijk het risico. (Glickman, 1996) Hiermee zorg je meteen dat je niet maar één soort voeding voert, wat ook een risicofactor lijkt te zijn. (Elwood, 1998) Vul de voeding het liefst aan met ongemalen producten, of in ieder geval voeding met stukken groter dan 30 mm. Dit geldt voor alle soorten voeding. Dit werd geconcludeerd uit een onderzoek (Theyse, 1998) op Duitse Doggen. “Feeding a diet including large pieces of meat may help to reduce the incidence of GDV in great danes.”

De hond lekker buiten laten spelen
Laat je hond lekker veel tijd buiten doorbrengen. Bij honden die evenveel tijd binnen als buiten doorbrachten, hadden minder vaak een maagtorsie (Pipan, 2012)

Rustiger laten eten
Rustiger laten eten verkleint mogelijk het risico voor grote rassen (niet voor Giant rassen) (2000, non-dietary), alhoewel er uit het laatste onderzoek (Pipan, 2012) geen relatie bleek te zijn met de snelheid van eten. In de meest recente publicatie hierover (Buckley, 2016) wordt geconcludeerd dat er te weinig bewijs is om te concluderen of langzamer laten eten het risico verkleint, maar het kan sowieso geen kwaad.

Laat je hond lekker spelen na het eten
Honden die na het eten mochten spelen of langs het hek mochten rennen, hadden een significant kleiner risico op een maagtorsie.(Pipan, 2000) Het vermijden van beweging rond het eten is heel lang geadviseerd, maar dit blijkt juist het risico op een maagtorsie te vergroten bij grote rassen (niet in giant rassen).

Laat de brokken niet weken
Er is maar één onderzoek (Glickman, 2000) die een conclusie trekt over het laten weken van brokken: dit wordt gezien als risicofactor.

Wees voorzichtig met vetrijke brokken
In eerder onderzoek (Raghavan, 2006) wers geconcludeerd dat vetrijke brokken een risico zijn, en ook in een recent onderzoek (Darrelmann, 2019) kwam dit naar voren. In het onderzoek van Darrelmann bleek dat van de honden die brokken aten waarin vet of olie één van de eerste vier ingrediënten was, bij meer honden wél een maagtorsie ontstond dan niet.

Hoe zit het dan met…

Eten van een voederstandaard?
Dit werd eerst aangeraden, daarna bleek het (Glickman, 2000, non-dietary) juist een risicofactor te zijn, en uit een ander onderzoek (Pipan, 2012) bleek geen relatie. Er zijn in ieder geval geen onderzoeken die vonden dat een voerstandaard het risico verkleinen. De veiligste optie is dus om de voerbak gewoon op de grond te zetten. Het verkleint mogelijk het risico niet, maar er is geen aanleiding te denken dat het het risico vergroot. (Buckley, 2017)

Hoevaak voeren?
Hoevaak je voert per dag blijkt geen risicofactor te zijn (Glickman, 2000, non-dietary) (Pipan, 2012) (Theyse, 1998) Maar de hoeveelheid voeding per maaltijd blijkt wel van invloed te zijn. Uit een onderzoek (Raghavan, 2004) bleek dat grote hoeveelheden voer per maaltijden het risico op een maagtorsie vergroot.

Voeren van verschillende brokken?
Het afwisselen tussen brokken blijkt mogelijk een risicofactor voor een maagtorsie. Het is niet duidelijk of het hier gaat om het combineren van meerdere soorten brokken in één maaltijd, of het afwisselen per zak of per maand (roteren) bijvoorbeeld. Ik vermoed dat het combineren van meerdere brokken per maaltijd geen probleem vormt, omdat dit minder stressvol voor het lichaam is. Het voeren van één soort voeding zou het risico vergroten volgens het onderzoek van Elwood (1998), wat dus zou betekenen dat je beter kunt afwisselen tussen soorten voeding (zoals brokken met natvoer of rauwe vleesvoeding) dan tussen verschillende brokken.

Wel of niet laten drinken rondom etenstijd?
Een bekend advies is om de hond niet te laten drinken vlak voor of na het eten. Dit lijkt geen risicofactor te zijn voor een maagtorsie (Glickman, 2000, non-dietary).

Brokken voeren?
Uit zowel een onderzoek onder Ierse Setters (Elwood, 1998) als uit het onderzoek met de enquête onder 2551 honden (Pipan, 2012) bleek het voeren van brokken een verhoogd risico op een maagtorsie te geven. Ook Glickman (1996) noemt het voeren van brokken als risicofactor. Ook dierenarts Barbara Royal geeft aan dat met het eten van brokken het risico op een maagtorsie vijf keer zo groot is vergeleken met het eten van voeding met een natuurlijke hoeveelheid vocht. (Royal, 2018)

Er was ook een studie (Raghavan, 2004) waaruit geen relatie bleek met brokken en ook Burrows (1985) concludeerde dat brokken geen verhoogd risico geven uit het feit dat het niet veel langer duurde voordat het verteerd is (halfwaardetijd natvoer versus brokken gemiddeld respectievelijk 2,2 en 2,9 uur). Je vergroot in ieder geval niet het risico door geen brokken te voeren.

———————————————

Bronnen en meer lezen

Allen, Philip, and April Paul. “Gastropexy for prevention of gastric dilatation-volvulus in dogs: history and techniques.” Topics in companion animal medicine 29.3 (2014): 77-80.

Becker, Karen. “Is My Dog at Risk for Gastric Dilatation Volvulus?” Healthypets.Mercola.com, 7 Sept. 2016, healthypets.mercola.com/sites/healthypets/archive/2016/09/07/gastric-dilatation-volvulus.aspx.

Braun, L., et al. “1417301. Gastric dilatation-volvulus in the dog with histological evidence of preexisting inflammatory bowel disease: a retrospective study of 23 cases.” Journal of the American Animal Hospital Association 32.4 (1996): 287-290

Buckley, Louise Anne. “Are Dogs That Eat Quickly More Likely to Develop a Gastric Dilatation (+/-Volvulus) Than Dogs That Eat Slowly?.” Veterinary Evidence 1.4 (2016).

Buckley, Louise Anne. “Are Dogs That Are Fed from a Raised Bowl at an Increased Risk of Gastric Dilation Volvulus Compared with Floor-Fed Dogs?.” Veterinary Evidence 2.1 (2017).

Burrows, C. F., R. M. Bright, and C. P. Spencer. “Influence of dietary composition on gastric emptying and motility in dogs: potential involvement in acute gastric dilatation.” American journal of veterinary research 46.12 (1985): 2609-2612.

Elwood CM. Risk factors for gastric dilatation in Irish Setter dogs. J Small Anim Pract 1998;39:185–190.

Formaggini, Luca. “Unanswered questions on gastric dilatation/volvulus and gastropexy.” Veterinary Record 179.24 (2016): 624-625.
http://veterinaryrecordbeta.bmj.com/content/179/24/624

Glickman, Larry T., et al. “Multiple risk factors for the gastric dilatation-volvulus syndrome in dogs: a practitioner/owner case-control study.” Journal of the American Animal Hospital Association 33.3 (1996): 197-204.

Glickman Larry T, Glickman NW, Schellenberg DB, et al. Multiple risk factors for the gastric dilatation-volvulus syndrome in dogs: a practitioner/owner case-control Study. J Am Anim Hosp Assoc 1997;33:197–204.

Glickman Larry T, Lantz GC, Schellenberg DB, et al. A prospective study of survival and recurrence following the acute gastric dilatation-volvulus syndrome in 136 dogs. J Am Anim Hosp Assoc
1998;34:253–259.

Glickman Larry T, Glickman NW, Schellenberg DB, et al. Incidence of and breed-related risk factors for gastric dilatation-
volvulus in dogs. J Am Vet Med Assoc 2000;216:40–45.

Glickman Larry T, Glickman NW, Schellenberg DB, et al. Non-dietary risk factors for gastric dilatation-volvulus in large and giant breed dogs. J Am Vet Med Assoc 2000;217:1492–1499.

Kulendra, Nicola. “Gastric dilatation and volvulus”. Veterinary Ireland Journal I Volume 4 Number 5 (pdf)

Pipan, Marko, et al. “An Internet-based survey of risk factors for surgical gastric dilatation-volvulus in dogs.” Journal of the American Veterinary Medical Association 240.12 (2012): 1456-1462.
http://avmajournals.avma.org/doi/abs/10.2460/javma.240.12.1456

“Bloat in Great Danes Linked to Genetics and Gut Bacteria.” Purina Pro Club, June 2017, www.purinaproclub.com/resource-library/pro-club-updates/genetic-gut-bacteria-link-to-bloat-in-great-danes-leads-to-risk-association-test/ Accessed 1 July 2017.

Raghavan M, Glickman N, McCabe G, et al. Diet-related risk factors for gastric dilatation-volvulus in dogs of high-risk breeds. J Am Anim Hosp Assoc 2004;40:192–203.

Royal, Barbara. “Understanding Pet Digestion.” IVC Journal, 12 June 2018, https://ivcjournal.com/understanding-pet-digestion/

Theyse, L. F. H., W. E. Van de Brom, and F. J. Van Sluijs. “Small size of food particles and age as risk factors for gastric dilatation volvulus in Great Danes.” The Veterinary Record143.2 (1998): 48.

Geef een reactie