Smaakstoffen in brokken – gezond of ongezond?

Datum: 15 april, 2021
Laatst bijgewerkt: 18 april, 2021

De meeste krokante hondenbrokken en kattenbrokken bevatten smaakstoffen, in het laagje om de brok heen. Wat zijn deze smaakstoffen, zijn ze ongezond en hoe herken je ze in de ingrediëntenlijst?

Samenvatting

In de meeste krokante brokken zitten smaakmakers op basis van vrije glutamaat. Dit is lekker, maar er worden negatieve gezondheidseffecten aan toegeschreven. De gevoeligheid voor deze stof verschilt per lichaam. Ik zou deze smaakstoffen zoveel mogelijk vermijden

  • bij gedragsproblemen
  • bij gezondheidsklachten
  • voor dragende of zogende honden- en katten
  • voor pups en kittens
  • op de lange termijn

Je herkent deze smaakstoffen meestal aan de termen ‘gehydroliseerd’, ‘bouillon’ of ‘jus’. Echter zet niet elk merk de smaakstoffen in de ingrediënten-opgave

De lekkere smaak van vrije glutamaat
De smaakstoffen die in honden- en kattenbrokken worden gebruikt, danken hun lekkere smaak aan vrije glutamaat. Vrije glutamaat smaakt naar eiwit, deze smaak het umami. Dit is een aantrekkelijke smaak, zoals de smaak die bouillonblokjes aan soep geven. Glutamaat is ook het stofje dat de smaakstof MSG zo’n lekkere smaak geeft. (Zie ook het artikel MSG in brokken)

De nadelen van vrije glutamaat
Glutamaat komt van glutaminezuur, een voedingsstof (aminozuur) welke ook gewoon in voedingsmiddelen zit. Het meeste glutamaat in onbewerkte voeding is gebonden in eiwit. Wanneer het onbewerkte voedingsmiddel gegeten wordt, moet eerst het eiwit verteerd worden, om de glutamaat op te kunnen nemen in het lichaam. Het komt dan geleidelijk in de bloedbaan. Maar als het glutamaat niet gebonden is in eiwit, kan meteen worden opgenomen, waardoor het lichaam te maken krijgt met een onnatuurlijke hoeveelheid glutamaat in één keer. Als er een “onnatuurlijke” hoeveelheid glutamaat in één keer in de hersenen terechtkomt, kan dat problemen geven. (1, 2, 3)

De risico’s van teveel glutamaat
De algemene visie van de overheidsinstanties die over voeding gaan, is dat vrije glutamaat niet ongezond is. Het is daarom gewoon toegestaan in voeding. Deze visie is gebaseerd op onderzoeken die geen negatieve gezondheidseffecten laten zien.(1)

Aan de andere kant lijkt er wel bewijs te zijn dat het wel schadelijk is voor de gezondheid. Het zou onder andere de volgende effecten kunnen hebben: (2,3)

  • ontwikkelen van allergie
  • hoofdpijn
  • verteringsproblemen
  • gedragsproblemen
  • voortplantingsproblemen
  • epilepsie
  • inflammatie (laaggradige ontstekingen)
  • leverproblemen
  • insuline-ongevoeligheid en diabetes
  • overgewicht

Deze nadelige gezondheidseffecten komen voornamelijk doordat de vrije glutamaat een stimulerende werking in de hersenen heeft en voor extra vrije radicalen zorgt. (2) De onderzoeken die negatieve effecten laten zien, gebruiken vrij hoge hoeveelheden. Het effect van langdurig lagere hoeveelheden binnenkrijgen is niet onderzocht.

Hoe weet ik of mijn hond of kat hier last van heeft?
Of je hond, kat hier last van krijgt, hangt er vanaf hoe gevoelig het lichaam hiervoor is. Dat verschilt per individu. Er zijn zelfs mensen (en waarschijnlijk ook dieren) voor wie de hoeveelheid vrije glutamaat in sommige onbewerkte voedingsmiddelen zoals tomaat al teveel is. Als je hond of kat nergens last van heeft, terwijl hij al een tijdje brokken met vrije glutamaat-smaakstoffen eet, zal hij er niet erg gevoelig voor zijn. Als je hond of kat gezondheidsklachten of gedragsproblemen heeft, dan kan dat te maken hebben met vrije glutamaat, maar dat hoeft niet. Het beste kun je dit uitzoeken door een tijdje vrije glutamaat te vermijden. Het is onbekend of de smaakmakers met vrije glutamaat veilig zijn op lange termijn, dus het is niet uitgesloten dat het een negatief effect kan hebben op honden en katten die er in de eerste instantie niet gevoelig voor lijken te zijn.

Vrije glutamaat en pups/kittens
Moeders, en dus ook puppen- en kittenmama’s, moeten extra opletten. (4) Als de moeder regelmatig vrije glutamaat binnenkrijgt tijdens de zwangerschap of de zoogperiode, kan dit schade veroorzaken aan de ontwikkelende hersenen en het zenuwstelsel van de foetus of baby.

Hoe weet je of er vrije glutamaat in de brokken zit?
Je kunt de smaakmakers op basis van vrije glutamaat herkennen door de volgende termen

  • gehydroliseerde…. (meestal kippenlever)
  • …hydrolisaat
  • …bouillon
  • …jus
  • eiwitextract
  • gistextract (5)
  • natural flavors / natuurlijke smaakstoffen

Er zijn uitzonderingen. Soms wordt vlees gehydroliseerd om een allergische reactie te voorkomen, het gaat dan niet om smaakmakers met veel vrije glutamaat. Dit zie je voornamelijk in speciale dierenarts-voeding voor honden of katten met allergieproblemen. Ook voor de term ‘bouillon’ is er een uitzondering; in blikvoer wordt de term bouillon over het algemeen gebruikt voor water, en niet voor een gehydroliseerde smaakmaker.

Meestal staat de smaakmaker tussen de ingrediënten, maar dit is niet verplicht. Dus als het er niet in de ingrediënten-opgave staat, weet je nog niet zeker dat het er niet in zit. Ik vraag dan vaak aan de fabrikant of er gehydroliseerde eiwitten inzitten.

Zie mijn lijst van merken die volgens eigen zeggen wel of geen gehydroliseerde eiwitten met vrije glutamaat bevatten.

Meer lezen?
Op de website Catmoneo staat een uitgebreider artikel over gehydroliseerde eiwitten in brokken, waarbij meer op de details wordt ingegaan en kattenvoedingsdeskundige Marilyn Bakker haar mening en advies geeft. www.catmoneo.nl/gehydrolyseerde-eiwitten

Bronnen
(1) De Jong, Sylvia. “Review on monosodium glutamates”, Food-info.net, 2003 (link)
(2)Russell L Blaylock, “Excitotoxins, the taste that kills”, Santa Fe, N.M. Health Press, 1998
(3) https://msgtruth.org
(4) Van den Berg, Annemarie. “Opinie: Gistextract, vergis(t) u niet”, Natuurdietisten.nl (link)
(5) Beynen, Anton C. “Yeast in petfood.”

De onderzoeken naar effecten van inname van MSG die ik heb doorgelezen voor mijn beeldvorming: 

Tarasoff, L., and M. F. Kelly. “Monosodium L-glutamate: a double-blind study and review.” Food and chemical toxicology 31.12 (1993): 1019-1035. (Link)

Woessner, Katharine M., Ronald A. Simon, and Donald D. Stevenson. “Monosodium glutamate sensitivity in asthma.” Journal of allergy and clinical immunology 104.2 (1999): 305-310. (Link)

Geha, Raif S., et al. “Multicenter, double-blind, placebo-controlled, multiple-challenge evaluation of reported reactions to monosodium glutamate.” Journal of allergy and clinical immunology 106.5 (2000): 973-980. (Link)

Shimada, Akiko, et al. “Differential effects of repetitive oral administration of monosodium glutamate on interstitial glutamate concentration and muscle pain sensitivity.” Nutrition 31.2 (2015): 315-323. (Link)

Iamsaard, Sitthichai, et al. “The sensitivity of male rat reproductive organs to monosodium glutamate.” Acta medica academica 43.1 (2014). (Link)

Geha, Raif S., et al. “Multicenter, double-blind, placebo-controlled, multiple-challenge evaluation of reported reactions to monosodium glutamate.” Journal of allergy and clinical immunology 106.5 (2000): 973-980. (Link)

Yang, William H., et al. “The monosodium glutamate symptom complex: assessment in a double-blind, placebo-controlled, randomized study.” Journal of Allergy and Clinical Immunology 99.6 (1997): 757-762. (Link)

Krynytska, Inna, et al. “The Toxic Impact of Monosodium Glutamate in Rats.” J Med J 53.2 (2019): 91-101. (Pdf)

Geef een reactie